Mijn zusje en ik beginnen te zingen op de achterbank van de auto nog voordat mijn vader de motor heeft gestart en ook mijn moeder met de laatste bolletjes in de auto is gaan zitten. We gaan op vakantie. We zijn goed voorbereid; met nieuwe korte broeken, bijpassende T-shirts en onze zonnebril. Pakjes drinken en een bolletje kaas. Kleurboeken, potloodjes en een uitgelaten stemming.
Halverwege de reis lopen we wat op en neer op een veel te hete parkeerplaats ergens aan de Deutsche Autobahn en krijgen we volgens traditie: het zomervakantiecadeautje. Meestal een buitenspel dat aan het eind van de vakantie zoveel was gebruikt, dat we het niet mee terug hoefden te nemen naar huis.Â
Terwijl mijn ouders op de camping de tent opzetten, vaak iets minder idyllisch dan waarop ik had gehoopt, heeft mijn zusje het sportveldje gevonden om voetbal te spelen met andere kinderen en ben ik op zoek naar mensen die mij hun taal willen leren en die mij kunnen vertellen over het land waar zij vandaan komen.Â
Ik hield van alles dat anders was dan thuis. Ik hield van de vrijheid, ik hield van de diversiteit en ik hield ervan dat de wereld groter was dan dat wat ik tot dan toe kende. Ik hield van vakantie!Â
Dat veranderde toen in de zomer van 2007 mijn oom, bij wie ik als kind een veilig thuis vond, omkwam tijdens een wandeling in de prachtige bergen van Noorwegen. Mijn zomers zouden nooit meer hetzelfde zijn. In de jaren die volgden, was het door herbelevingen, crisis en regels rondom eten, sporten en de dwangmatige structuur die ik mezelf had opgelegd, niet langer mogelijk om op vakantie te gaan. En dus bleef ik thuis. Hoewel over dat woord ‘thuis’ te twisten valt.
De zomervakantie zijn weken waarin veel mensen die ik normaal door de week zie er niet zijn. De structuur van de dagen is anders. Veel activiteiten liggen stil. Dagen vloeien in elkaar over en de tijd lijkt niet te bestaan. Ik mis de ouders die met hun kinderen op weg zijn naar school en ik mis de jongeren, aan wie ik mij soms ook zo mateloos irriteren kan, in groepjes midden op straat. Ik betrap mijzelf erop dat ik op de fiets nog altijd evenveel oplet, als ik over de normaal zo chaotische rotondes rijd hier in het dorp. Op sommige plekken blijf ik staan, wachtend tot er een auto komt, maar er komt geen auto. Het is stil en soms te stil op straat.
Ik vind het moeilijk de omgeving waar ik woon te herkennen als mijn thuis. De wereld houdt op een plek te zijn waartoe ik behoor. Mijn leven raakt haar bekende ritme kwijt en ik ben bang. Bang dat het nooit meer herkenbaar wordt.Â
Steeds dieper in die voor mij onherkenbare wereld ontstaat de angst dat er geen wereld is. Of misschien veel meer nog dat ik niet meer besta in de wereld. Ik ervaar mijzelf niet langer meer als iemand die deel uitmaakt van een wereld met mensen om mij heen. Met het verdwijnen uit het oog, verdwijnen mensen die mij inmiddels zo eigen en dichtbij zijn gaan voelen, uit mijn gevoel van verbondenheid. En bij hun terugkomst moet ik ze, alsof het vreemden voor mij zijn, opnieuw leren kennen.Â
In deze onherkenbare wereld word ik onherkenbaar voor mijzelf. Als ik herkenbaarheid, verbondenheid en een gevoel van veilig thuis verlies, wie ben ik dan nog?
De vakantie is vooral een periode waarin een deel van mij bang is dat veiligheid sterft. Dat ze zwervende zal worden door de tijd en door de dagen en dat ze eenzaam zal zijn. Dat leegte, nare herinneringen en verlatenheid haar nieuwe thuis zullen zijn. Of juist, dat alles wat was opgebouwd nooit echt is geweest.
Jarenlang wist ik niet, of kon ik niet, voor haar zorgen. Ik wees haar af, omdat het lastig was. En dus maakte ik haar weg.Â
De afgelopen jaren merkte ik dat er langzaam ruimte ontstond. Dat gevoel voor tijd of verbinding kan verdwijnen, maar dat dat geen realiteit hoeft te zijn. Hoewel nog steeds met een wat onrustig en onzeker gevoel, vroeg ik haar steeds vaker te blijven. Samen zoeken naar een plek, hier thuis, zoals ik die bij mijn oom en tante heb ervaren. Om de warmte te voelen, het bos te ruiken, om naar de vogels te kijken. Bramen plukken in de tuin, zingen tijdens het koken, schrijven aan tafel en dansen en luisteren naar favoriete muziek.
Toen ik een tijdje geleden mijn behandelaar sprak over mijn plannen voor deze zomer hoorde ik mijzelf voorzichtig en vrij opgewekt zeggen: ‘Ik kan er ook iets moois van maken!’ Ik schrok er bijna een beetje van. Ineens realiseerde ik mij dat ik mijn angstige deel niet meer hoef te vragen bij mij te blijven, maar dat ik haar vertellen kan: ‘Ik blijf ook, hier bij jou, tot de wereld terugkomt’.
Ik laat mijzelf niet meer achter. Ik ben thuis en ready for take off.
Dante is sociaal pedagoog en studeert rechten en psychologie. Zij is de oprichter van Majlief, een initiatief dat zich richt op eerherstel en het herstellen van menselijke waardigheid na vroegkinderlijk trauma. Binnen haar werk besteedt zij speciale aandacht aan secundaire schade: de extra pijn en problemen die kunnen ontstaan door hoe systemen en instituties reageren op mensen met trauma. Haar benadering is gebaseerd op zowel persoonlijke ervaring als kennis uit de victimologie, psychologie en ethiek. Vanuit deze combinatie zet zij zich in voor meer mensgerichte en rechtvaardige ondersteuning.
Traumanet Panelonderzoek
Bekijk de resultaten van ons onderzoek naar trauma, heling en de zomervakantie waarin 174 mensen met traumaklachten hun ervaringen deelden.