In dit artikel neemt Saskia Ebus je mee in een relatief onbekend, maar belangrijk onderwerp: de mogelijke invloed van de pre- en perinatale periode op het latere leven. Vanuit haar achtergrond als neuroloog, lichaamsgericht traumatherapeut en ervaringsdeskundige laat ze zien hoe traumatische ervaringen tijdens de zwangerschap en rondom de geboorte langdurig kunnen doorwerken op het stresssysteem en de lichamelijke en mentale gezondheid.
Ik hoor je nu al denken: bestaat er werkelijk een vakgebied ‘pre- en perinatale psychologie’? Waar gaat dat over? Als ik je vertel dat het onder andere gaat over trauma’s die foetussen en baby’s kunnen oplopen, waarvan zij op een bepaalde manier herinneringen kunnen meedragen tot in de volwassenheid, begrijp ik dat je je wenkbrauwen optrekt.
Vóór 2015 had ik zelf nog nooit van zulke vroege trauma’s gehoord. Als de nuchtere, wetenschappelijk ingestelde neuroloog die ik toen was, zou ik hebben gedacht: hoe kunnen ervaringen van foetussen en baby’s impact hebben op ons latere psychisch en lichamelijk welbevinden? En hoe zouden we ons daar überhaupt iets van kunnen herinneren? Zo vroeg kunnen de hersenen toch nog geen bewuste herinneringen vormen? Misschien speelde er ook iets anders mee: “O nee toch, als dit écht waar is, wat betekent dat dan voor mij, voor anderen, voor de zorg voor zwangere vrouwen en voor baby’s?”
De vroegere medische praktijk
Toen ik in opleiding was tot neuroloog, moest ik op de afdeling kinderneurochirurgie regelmatig met een naald het overtollige vocht (liquor) weghalen dat zich onder de huid in het ruggetje van een kleine baby had opgehoopt. Zonder verdoving. Zonder veel aandacht voor de baby op dat moment, maar vooral met aandacht voor mezelf: ‘Wat is dit ongemakkelijk om te doen, doe ik het wel goed zo? Hopelijk komt er een ervaren verpleegkundige om me te helpen, ik voel me er alleen en onhandig mee’.
De ouders waren er nooit bij om dit kindje dan te kunnen troosten. Het kwam niet eens in mij op om ervoor te zorgen dat er dan iemand voor dat kindje was. En ik had al helemaal geen aandacht voor wat dit voor dit kleintje op latere leeftijd zou kunnen betekenen: deze dagelijkse pijn zonder uitleg, zonder steun, en zonder vriendelijke afstemming. Ik zou hebben gedacht: gelukkig is ze dit later allemaal vergeten.
Dit speelde zich af aan het begin van deze eeuw. In de vorige eeuw werden pasgeboren baby’s tot in de jaren ‘70 en begin jaren ‘80 zelfs onverdoofd (uitsluitend verslapt- dat was medisch veiliger) geopereerd. Want ze zouden met een onvolgroeid zenuwstelsel nauwelijks pijn ervaren en zich later toch niets herinneren.
Een kantelpunt in perspectief
Nu, na mijn opleiding in Engeland en nadat ik zelf door een crisis ben gegaan die zijn oorsprong had in een zeer lastige pre- en perinatale periode—waarvan ik ook herbelevingen begon te ervaren—denk ik daar heel anders over.
Ik weet inmiddels dat er al decennialang psychologen zijn die zich interesseren voor de impact van de periode in de baarmoeder, tijdens de geboorte en de vroege babytijd op ons lichaam, ons stresssysteem en ons gedrag. Belangrijke pioniers in dit veld waren in de jaren ’80 actief in de Verenigde Staten (zoals William Emerson, klinisch psycholoog) en in Duitsland (Ludwig Janus, psychoanalyticus).
De impact van vroegtijdige stress
Inmiddels is er aangetoond dat ernstige stress zeer vroeg in het leven gevolgen heeft voor de ontwikkeling van ons centrale zenuwstelsel en ons stresssysteem. Zo bleek bijvoorbeeld dat de hoeveelheid stresssymptomen (zoals schrikachtigheid) van baby’s die geboren werden nadat hun moeder tijdens de zwangerschap PTSS had opgelopen door de aanslag op de Twin Towers, duidelijk samenhingen met het stresshormoonprofiel (de hoeveelheid cortisol) van de moeder tijdens de zwangerschap*.
Een ander voorbeeld van vroegtijdige ernstige stress is de couveuseperiode van te vroeg geboren baby’s, die in verband wordt gebracht met diverse lichamelijke en psychologische gevolgen op latere leeftijd en waarvoor inmiddels wetenschappelijke steun bestaat. Gelukkig wordt er voor premature en/of zieke baby’s tegenwoordig veel preventief werk verricht om hen te ondersteunen. Een mooie podcast hierover is die van ervaringsdeskundige Ingeborg Anna Martens en neonatoloog Nikk Conneman (‘Veel te vroeg geboren, hoe is het nu?’).
Pre- en perinatale herbelevingen
Een ander gebied waar de pre- en perinatale psychologie zich mee bezighoudt, roept begrijpelijkerwijs meer weerstand op: dat van de pre- en perinatale herbelevingen. Denk bijvoorbeeld aan herbelevingen van de geboorte, wanneer deze traumatisch is verlopen door langdurig zuurstofgebrek, ernstige druk of pijn. Dit soort ervaringen komt tijdens therapie die zich uitsluitend richt op praten, zonder aandacht voor het lichaam, meestal niet naar voren. Lichaamsgericht werkende therapeuten zien dit vaker.
Herbelevingen kunnen optreden wanneer ons bewustzijn verruimd wordt—bijvoorbeeld tijdens meditatie, lichaamsgerichte therapie (met of zonder aanraking), door het gebruik van psychedelica en naar ik vermoed (en zelf ervaren heb) ook tijdens (rand)psychotische episoden. Hoe deze processen precies werken, en hoe geheugen en bewustzijn zulke ervaringen kunnen voortbrengen, is nog niet volledig begrepen en vraagt om nader wetenschappelijk onderzoek.
De theorie van Stanislav Grof
De psychiater Stanislav Grof (1931–) observeerde veel cliënten tijdens verruimde bewustzijnstoestanden, bijvoorbeeld na LSD-inname of tijdens ademwerk (een techniek met diepe in- en uitademingen zonder pauze). Op basis van zijn observaties ontwikkelde hij een soort classificatie voor pre- en perinatale herbelevingen: de Birth Perinatal Matrices.
Deze classificaties omvatten: de veilige (of onveilige) baarmoeder (BPM I); de intense druk in het geboortekanaal voordat de baarmoedermond geopend is (BPM II); de ‘bevrijding’ en de doorgang na het openen van de baarmoedermond (BPM III); en de eerste momenten na de geboorte (BPM IV).
Deze matrices zijn verbonden met archetypische patronen die diepe emoties en lichamelijke sensaties uit de pre- en perinatale periode weerspiegelen, met thema’s als veiligheid, angst, terreur, of juist euforie. Volgens Grof hangen ontregelende ervaringen later in het leven vaak samen met soortgelijke ervaringen uit de pre- en perinatale periode.
Zo kan het verlies van een partner op volwassen leeftijd extra ingrijpend zijn wanneer iemand onbewust een ‘herinnering’ draagt aan een vroege scheiding van de moeder na een moeilijke geboorte. De destijds ervaren stress en wanhoop kunnen dan als het ware opnieuw in het lichaam van de volwassene worden geactiveerd door dit verlies.
Ontregeling en persoonlijke ervaringen
Zelf raakte ik behoorlijk ontregeld toen ik tijdens mijn meditaties—die ik lichaamsgericht benaderde, passend bij mijn opleiding in lichaamsgerichte psychotherapie—herbelevingen kreeg die ik op dat moment niet kon plaatsen. Ik ervoer verkrampingen en draaiingen van mijn lichaam, heftige emoties en beelden, nachtmerries (met symbolische beelden en fysieke ervaringen van enorme vernietigende druk op mijn lichaam of van verbranding) en een voortdurende, toenemende angst. Hier bovenop was er een langdurige depressieve episode.
Achteraf denk ik dat dit begon als een ‘uitgestelde’ PTSS, gerelateerd aan een traumatisch ervaren geboorte. De beelden die ik kreeg, vertoonden overeenkomsten met de beschrijvingen van Stanislav Grof .
Aandacht voor de pre- en perinatale periode
Wat ik inmiddels, tien jaar na deze ontregeling, wens, is dat hulpverleners vaker zullen vragen naar de omstandigheden in de pre- en perinatale periode—vooral wanneer er bij iemand sprake is van kenmerken van traumatische stress, maar het trauma niet duidelijk te herleiden is.
Vraag dan bijvoorbeeld naar de stress die de moeder heeft ervaren tijdens de zwangerschap, of er sprake was van vroeggeboorte, hoe de bevalling is verlopen en of er direct huid-op-huidcontact kon zijn met de ouders (met name de moeder). Vraag ook naar de thuissituatie en de psychologische veerkracht van de ouders in de periode waarin veilige hechting moest ontstaan.
Dit soort vragen stellen past binnen een bredere ontwikkeling die al gaande is: zorgverleners richten zich steeds minder uitsluitend op classificaties van psychische klachten en bijbehorende behandelprotocollen, en steeds meer op de vraag: wat heb je meegemaakt en hoe ben je geworden wie je nu bent? Waarom raak je op latere leeftijd ontregeld, terwijl je je daarvoor staande hield?
Een samenhangend verhaal over hoe het zo gekomen is, is van grote waarde. Het brengt begrip en compassie—voor zowel de hulpzoekende als de hulpverlener—en geeft richting aan herstel.
Werken met trauma uit de pre- en perinatala periode
Er zijn verschillende methoden om met trauma uit de pre- en perinatale periode te werken. Je vindt ze zowel buiten de reguliere zorg als daarbinnen. Voor baby’s en kinderen is er binnen de reguliere zorg bijvoorbeeld de EMDR-verhalenmethode, en voor volwassenen bestaat er specialistische GGZ-zorg: EMDR voor pre- en perinataal trauma bij Psychotherapie Intensief Malden (PIM).
Dit blog schrijf ik met een missie: hopelijk draagt het bij aan meer bekendheid over de impact van onze pre- en perinatale periode. En hopelijk inspireert het tot meer wetenschappelijk onderzoek, wat kan leiden tot betere behandelingen en meer preventie.
Binnenkort verschijnt er een boek met ervaringsverhalen van zowel leken als professionals over pre- en perinataal trauma, waarvan ik co-auteur ben: Kwetsbaar begin (uitgeverij Samsara). Op 11 november 2026 wordt dit boek gepresenteerd tijdens het symposium ‘Pre- en perinataal trauma – van imprint tot impact’. Aanmelden kan via de website terugnaarhetmidden.nl.
Ik hoop daar veel geïnteresseerden te mogen verwelkomen!
Saskia Ebus (1972) studeerde geneeskunde en werkte tot 2021 als neuroloog. In 2015 startte ze met de opleiding Core Process psychotherapie in het Verenigd Koninkrijk: een mindfulness-based lichaamsgerichte therapievorm met langdurig en intensief relationeel contact. Ze heeft sinds 2017 een eigen therapie praktijk. Ze is tevens Somatic Experiencing practitioner en volgt de opleiding Integratieve Pre- en Perinatale Traumatherapie bij Birthimprints. Ze is ervaringsdeskundig op het gebied van chronische stemmings- en angstgevoeligheid ten gevolge van pre- en perinataal trauma en hechtingstrauma. Ze leidt samen met Ronald de Caluwé een online Qigong-groep (‘GHIA-Qigong-groep’) voor mensen met gevoelige zenuwstelsels en een nauwe window of tolerance ten gevolge van (vroeg) trauma.
* Bron wetenschappelijk artikel
Brand, S. R., Engel, S. M., Canfield, R. L., & Yehuda, R. (2006). The effect of maternal PTSD following in utero trauma exposure on behavior and temperament in the 9-month-old infant. Annals of the New York Academy of Sciences, 1071, 454–458.