Generic filters

Nanette de Jong over het begeleiden van jongeren met traumasporen

Wat doet het met je als je een leven lang zorgt voor anderen met traumaklachten? Nanette de Jong (69) groeide op met twee door de oorlog getraumatiseerde ouders. En maakte haar werk van trauma, door zeventien jaar geleden jongerencentrum Digg ’Out op te richten. Een plek voor dwarsliggers, zoals zij de jongeren noemt die zijn uitgevallen in de maatschappij en bijna allemaal traumasporen dragen.
Nanette de Jong 3
Home » Artikelen » Nanette de Jong over het begeleiden van jongeren met traumasporen

Wat is jouw ervaring met trauma?

‘Mijn familie zit vol met trauma. Mijn grootouders hebben de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en mijn ouders maakten zelf de Tweede Wereldoorlog mee. Die zijn dubbel beschadigd. Mijn Indische moeder zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp in IndonesiĂ«. Mijn vader zat als kleine jongen in Nederland verstopt bij een boerenfamilie omdat zijn ouders in het verzet zaten en dat zeer risicovol was. Dwarsliggen en begrip hebben voor de diverse mensen die er zijn, zitten in mijn DNA.

‘In mijn gezin van herkomst kwamen uiteenlopende psychische en neurodiverse kenmerken voor: unipolaire en bipolaire stoornissen, autisme en hoogbegaafdheid. Lange tijd beschouwde ik dat als vanzelfsprekend. Als kind kende ik geen andere werkelijkheid. Mijn moeder droeg zware oorlogstrauma’s uit de Japanse kampen met zich mee. Mijn vader was hoogbegaafd en bipolair. Hij kampte jarenlang met alcoholisme en had in mijn jeugd terugkerende depressies. Binnen dat gezin nam ik al vroeg een dragende rol op mij. Ik fungeerde als stabiele factor en zorgde, vaak vanzelfsprekend, voor mijn ouders en mijn broertje en zusjes.

‘Ondanks alle trauma’s die mijn ouders meesleurden, zijn zij ook degene geweest die mij positief hebben gevormd. Vooral mijn vader, die me al als vierjarige leerde schaken, op vijfjarige leeftijd leerde lezen en zelfstandig denken enorm stimuleerde. Toen hij met me meeliep naar de eerste klas van de lagere school zei hij: ‘Nanetje, onthoud dat volwassenen niet per definitie gelijk hebben. Blijf altijd op zoek naar je eigen waarheid.’ Dat heb ik mijn leven lang onthouden en is de rode draad geweest en gebleven.’

Hoe heeft deze achtergrond je carrière beĂ¯nvloed?

‘Het heeft me van jongs af aan vrij authentiek gehouden. Ik was vijftien toen ik naar de directeur van de middelbare school ging en tegen hem zei: ‘ik denk dat ik van school ga, want hier leer ik niks’. Hij antwoordde dat hij het eigenlijk niet kon zeggen, maar me in mijn geval gelijk gaf. Zonder iets aan mijn ouders te vertellen, ben ik met school gestopt. Later heb ik nog verschillende opleidingen gedaan, zoals de Hotelschool, de bloembindersopleiding en een studie tot rationeel emotieve therapeut. Omdat mijn ouders mij meegaven dat het leven maakbaar is, had ik voldoende vertrouwen om telkens weer van carrière te wisselen.

‘Ook als tiener en twintiger had ik nog nauwelijks door hoezeer mijn familie werd gekenmerkt door wat ik later ‘pluizen’ ben gaan noemen. Met die pluizen bedoel ik de diagnostische labels uit de DSM, labels die zelden op zichzelf staan en vaak eerder het gevolg zijn van onderliggende trauma’s. Tegelijkertijd verdiepte ik me in die tijd al intensief in de psychologie en psychiatrie. Ik las boeken als Het drama van het begaafde kind van Alice Miller – waarbij ik me afvroeg of het niet over mij ging – en een van mijn blijvende favorieten: Wie is van hout… van Jan Foudraine.

‘Foudraine was in de jaren zeventig een bekende psychiater die de hele boel wilde omgooien. Hij werd verguist in Nederland en is toen naar Amerika gegaan. Daar kreeg hij in een kliniek de ruimte om al het verhospitaliseerde weg te halen. Al het verplegend personeel mocht niet meer in het wit komen, maar ging gewoon spijkerbroeken en – weet ik veel, T-shirts – dragen. Niemand kreeg nog koffie of thee geserveerd, ze lieten het alleen ruiken, maar je moest het voortaan zelf pakken.

‘Het was zo waanzinnig! Mensen werden uit hun patiĂ«ntenrol gehaald en sommigen konden na dertig jaar de kliniek verlaten en weer op zichzelf wonen. Van het gedachtegoed van Foudraine heb ik veel geleerd. Je zou kunnen zeggen dat zijn ideeĂ«n de basis vormen van de visie van Digg ’Out, het jongerencentrum dat ik in 2008 heb opgericht.’

Nanette de Jong 5
nanette

Hoe kwam je ertoe om Digg ’Out op te richten?

‘Dat kwam door mijn oudste zoon, een heel boeiend, interessant en hoogbegaafd mens met de nodige familiepluizen. Toen hij twaalf was en we net met ons gezin naar Almere waren verhuisd, sleepte hij alles en iedereen mee naar huis wat onderdak en gezelligheid zocht. Zo hadden we regelmatig vijf, zes extra eters aan de keukentafel.

‘Dat waren altijd jongens met een complexe achtergrond, vaak uit gebroken gezinnen. Toen één van die jongens zei dat hij een ‘drop out’ was geworden doordat hij een time out had moeten nemen van school, ging er bij mij een knop om. Het kan toch niet waar zijn, dacht ik, dat je in zo’n situatie met een permanente stift ‘lastpak’ op iemands voorhoofd zet?

‘Toen ben ik aan diezelfde keukentafel Digg ’Out gestart. Een plek voor jongeren die buiten de maatschappelijke kaders vallen. Jongeren die uitvallen – de dwarsliggers en rebellen – die vaak getekend zijn door trauma en omgeven zijn met uiteenlopende labels. Bij Digg’Out krijgen zij de ruimte om te herstellen, om vaardigheden te ontwikkelen en zo stap voor stap hun plek in de samenleving terug te vinden. Door de jaren heen begeleidde ik honderden jongeren. Ik heb die kinderen in mijn hart gesloten en ben steeds weer voor hen blijven strijden.’

Nanette de Jong 4

Op wat voor manier heb je voor ze gestreden? 

‘Door aan die hele geestelijke hulpverlening en alle instanties steeds weer duidelijk te moeten maken dat het niet om labels, regels en protocollen gaat, maar dat de jonge mensen zĂ©lf centraal moeten staan. Mijn weerzin naar de huidige geestelijke hulpverlening in Nederland is gigantisch. Echt menselijk contact maken, ontbreekt. Terwijl het zo belangrijk is om te weten waar iemand vandaan komt en wat iemand is overkomen.

‘De jongeren met wie ik werk, denken en leven vaak anders. Daardoor kunnen ze zich niet aanpassen aan de maatschappij. Maar zijn zij dan de route kwijt of bestaan er onvoldoende routes? Ik denk het laatste. Door de uitval die dat veroorzaakt, krijgen veel van deze jongeren ook het gevoel dat ze niet nodig zijn. Terwijl ieder mens daar behoefte aan heeft.

‘Waarom stappen er steeds meer jonge mensen uit het leven, denk je? Omdat ze niet nodig zijn. Alle aandacht in die hulpverlenings- en euthanasietrajecten gaat dan over: hoe kan ik jou helpen? Mijn maag draait daarvan om. Dat is helemaal fout. Je moet de aandacht juist verleggen en tegen die jongeren zeggen: jij bent nodig.

‘Aandacht en het verleggen van aandacht is alles. Maar ook voeding, beweging, naar buiten gaan en creatieve expressie zijn belangrijk. Jongeren met woedeproblemen laat ik haken, zodat die handen ook iets kunnen doen. En in de loop der jaren heb ik bij Digg ‘Out heel wat slangen gehad, die gebruikte ik als therapie. Sommige jongeren zaten hier in mijn kantoor uren naast me op de grond, zwijgend een slang te aaien. Ik liet ze dan zitten en ging gewoon door met mijn werk. En dan, na twee of drie weken, kwamen de verhalen er vanzelf uit. Mijn persoonlijke kracht is denk ik verluisteren. Trauma daar laten waar het hoort. Het niet bagatelliseren, maar wel samen onderzoeken of en hoe je het op bepaalde punten lichter kunt maken.’

Hoe ben jij zelf al die jaren overeind gebleven te midden van zoveel trauma?

‘Dat weet ik niet precies. Ik denk dat ik een gigantisch relativeringsmorgen heb. Ik ben heel oplossingsgericht en vind dwarsliggers de leukste doelgroep om mee te werken. En als je ziet dat je aanpak werkt, is dat natuurlijk fantastisch. Dan denk ik bijvoorbeeld aan een oud-cliĂ«nt, een jongen die destijds standaard een overdosis aan slaapmiddelen in huis had en nu een gezin heeft en gelukkig is als kunstenaar. Zo zijn er veel succesverhalen. Maar tegelijkertijd komt het natuurlijk niet altijd goed. In de afgelopen zeventien jaar hebben we ook heel wat jongeren verloren die er zijn uitgestapt. Daar kom ik nooit meer overheen. Omdat ik dan altijd het idee heb dat ik iets ben vergeten.

‘Sinds Corona ben ik veel bij mijn familie in Griekenland. De eerste winter daar heb ik me suf gehaakt, op een balkon met uitzicht op zee. Toen ik niet meer voor anderen aan het zorgen was en tot stilstand kwam, merkte ik dat mijn persoonlijke veerkracht op was. Misschien had ik toen pas voor het eerst in mijn leven tijd om diep over mezelf na te denken. Ik heb altijd gedacht dat ik zelf geen trauma had, maar sinds die eerste winter op de berg zie ik dat dat niet klopt. Ik ben bijvoorbeeld heel wantrouwend en conflictvermijdend, dat is duidelijk voortgekomen uit mijn jeugd.

Ja, misschien heb ik met Digg ‘Out de omgeving gecreĂ«erd die ik al kende als klein meisje en breekt er nu een nieuwe fase met nieuwe veerkracht aan.’

3X Favorieten van Nanette

Boekentip

Wie is van hout - Jan Foundraine

‘Wie is van hout… leerde mij om kritisch te kijken naar systemen die mensen reduceren tot diagnoses of rollen. Niet morgen, maar nu versterkte mijn overtuiging dat echte verandering begint bij innerlijke verantwoordelijkheid, bewustzijn en leven in het huidige moment. Samen vormen deze boeken mijn kern: menselijkheid boven systeem, en persoonlijke verantwoordelijkheid als basis voor vrijheid en groei.’

Inspiratiebron

Greetje Becker Jansen

‘Mijn belangrijkste inspiratiebronnen zijn mijn ouders en grootouders van beide kanten. Ondanks oorlogen, verlies en trauma bleven zij opmerkelijk veerkrachtig, waardig en menselijk. Mijn Nederlandse oma Greetje is in het bijzonder een inspiratiebron. Op haar zestiende vertrok zij als oudste van zeventien kinderen alleen naar Engeland om Engels te leren. Ze liep voorop in de vrouwenemancipatie en koos in 1930 bewust voor samenwonen. Van haar kreeg ik mee: leer van velen, maar blijf jezelf. Of zoals de Indiase filosoof Krishnamurti zegt: ‘Be your own guru.’

Oplader 

‘Mijn opladers zijn mijn echtgenoot, mijn twee zonen en mijn twee zussen en broer. De onvoorwaardelijkheid in deze relaties zegt alles. Met mijn echtvriendje, met wie ik sinds 1972 samen ben, bots ik soms stevig en juist dat opent nieuwe perspectieven. Mijn zonen zijn scherp, intelligent en dagen me dagelijks uit in denken en voelen. Ook de band met mijn twee zussen en mijn broer is bijzonder. We dragen ieder onze eigen, stille trauma’s – vanuit verschillende perspectieven, maar verbonden en altijd steunend.’

Verhalen van anderen

Ben je geraakt door dit verhaal?

Dankzij de steun van donateurs kan Traumanet verhalen blijven maken over trauma, veerkracht en heling. Help je mee?

Waar kom jij voor?

Met de Wegwijzer vind je informatie die past bij jouw situatie. Je keuzes zijn alleen voor jou zichtbaar.




Ik zoek informatie over



Bekijk resultaat