Generic filters

Dissociatie: een briljante aanpassing aan het ondraaglijke

Home » Articles » Dissociatie: een briljante aanpassing aan het ondraaglijke

Tijdens de Transform Trauma Oxford conferentie in september bezocht ik, Janet Reedijk-Derwort, twee sessies over dissociatie, verzorgd door Ruth Lanius en Mariah Rooney. Beide sprekers stonden stil bij de complexiteit van dissociatie, de neurobiologische processen die ermee samenhangen en wat deze kennis betekent voor mensen die met de gevolgen van trauma leven. In dit artikel deel ik hun inzichten en wat ik er wijzer van werd.

ruth lanius dissociatie oxford
Ruth Lanius in Oxford tijdens haar presentatie

Wat mij misschien nog wel het meest raakte, was het enorme respect waarmee over dissociatie werd gesproken.

Niet zozeer vanuit het perspectief van een stoornis, een tekortkoming of iets wat zo snel mogelijk verholpen moet worden. Maar vanuit nieuwsgierigheid naar wat dissociatie ooit mogelijk heeft gemaakt. Naar de intelligentie van een overlevingssysteem dat zich heeft aangepast aan omstandigheden waarin ontsnappen niet mogelijk was.

Dissociatie als een briljante aanpassing aan het ondraaglijke

Ruth Lanius legde uit dat dissociatie kan worden begrepen als een psychologische ontsnapping wanneer fysieke ontsnapping niet mogelijk is. Wanneer ervaringen te overweldigend zijn, kan het brein zich aanpassen door iemand als het ware los te koppelen van wat er gebeurt. Alsof het niet echt plaatsvindt. Alsof je er zelf niet helemaal bij bent.

Wat tijdens traumatic events bescherming kan bieden, kan later echter een hoge prijs hebben. De aanpassingen die ooit hielpen om te overleven, kunnen blijven optreden wanneer het oorspronkelijke gevaar allang voorbij is.

Mariah Rooney ging in haar beschrijving nog een stap verder. Zij sprak over dissociatie als ‘a sacred way to survive the unsurvivable’.

Een bijna heilige manier om het onoverleefbare te overleven.

Ze beschreef dissociatie als een briljante aanpassing aan de meest verschrikkelijke ervaringen die een mens kan meemaken en overleven. Niet om het lijden dat ermee gepaard kan gaan te romantiseren, maar om recht te doen aan wat het overlevingssysteem heeft moeten doen.

Met bijzonder veel respect sprak ze over mensen die zich door de dagelijkse wereld bewegen, terwijl hun innerlijke wereld door ingrijpende ervaringen buitengewoon complex is geworden.

Er kan vanbinnen ontzettend veel gebeuren waar de buitenwereld geen weet van heeft. En toch gaan deze mensen naar hun werk, voeren ze gesprekken, onderhouden ze relaties en proberen ze hun dagelijks leven vorm te geven.

Hoe ingewikkeld die innerlijke wereld kan zijn, wordt ook zichtbaar in hersenonderzoek. Rooney besprak bevindingen waaruit blijkt dat bij mensen met een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) verschillende identiteitstoestanden kunnen samengaan met verschillende patronen van hersenactiviteit. Dergelijke verschillen werden onder meer onderzocht door Reinders en collega’s (2014).

Ook zijn er verschillen gevonden in de activiteit en samenwerking van hersengebieden die betrokken zijn bij het waarnemen van signalen uit het eigen lichaam, zoals honger, pijn of spanning. Maar ook bij het gevoel dat je lichaam van jou is, dat je jezelf bent en dat je eigen gedachten en handelingen ook werkelijk als die van jou voelen.

Het gaat om iets wat we doorgaans als vanzelfsprekend ervaren: het gevoel dat je jezelf bent, in je eigen lichaam. Dit wordt ook wel embodied self-awareness genoemd, oftewel belichaamd zelfbewustzijn.

Bij dissociatie kunnen deze ervaringen verstoord raken. Wat voor veel mensen vanzelfsprekend is, kan dan helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn.

Reading tip

Sensory Pathways to Healing From Trauma

Harnessing the Brain’s Capacity for Change
sensory pathways to healing from trauma

De onzichtbare prijs van overleven

Maar wat betekent het eigenlijk wanneer het contact met je eigen lichaam verandert? Wanneer je lichaam signalen afgeeft die je niet meer goed kunt waarnemen, of wanneer je zelfs het gevoel verliest dat je lichaam van jou is?

Rooney stond stil bij een veelvoorkomend misverstand over dissociatie. Vaak wordt gedacht dat iemand die dissocieert in een toestand van verminderde lichamelijke activiteit terechtkomt. Alsof het lichaam en het zenuwstelsel als het ware worden uitgeschakeld.

Maar zo eenvoudig blijkt het niet te zijn.

Rooney besprak onderzoeksbevindingen die geen eenduidig beeld laten zien: dissociatie gaat niet altijd gepaard met een lagere lichamelijke activatie. Iemand kan zich bijvoorbeeld verdoofd, afwezig of volledig afgesloten voelen, terwijl het lichaam nog steeds sterk geactiveerd is.

Ook kan de verwerking van signalen tussen het lichaam en het brein verstoord raken. Het lichaam geeft nog steeds signalen af, maar die worden niet altijd op dezelfde manier waargenomen of ervaren. Denk bijvoorbeeld aan spanning in je spieren of een versnelde hartslag, zonder dat je die spanning zelf goed kunt voelen.

Dissociatie en lichaamsbeleving

Je niet gespannen voelen, betekent dus niet noodzakelijk dat je lichaam ontspannen is. De lichamelijke toestand, de bewuste ervaring daarvan en het zichtbare gedrag hoeven niet met elkaar overeen te komen. Dat maakt het ingewikkeld om op basis van wat iemand vertelt of laat zien conclusies te trekken over wat er vanbinnen gebeurt.

Ruth Lanius beschreef hoe ingrijpend die verstoring van lichaamsbeleving kan worden. Mensen kunnen het gevoel hebben dat hun lichaam niet meer van henzelf is. In ernstige gevallen kan zelfs het vermogen om de grenzen van het eigen lichaam waar te nemen verstoord raken.

Niet meer goed kunnen voelen waar je lichaam begint en waar het eindigt. Alsof de grens tussen jezelf en de buitenwereld vervaagt. Of alsof je lichaam helemaal niet meer van jou is. Dat kan een buitengewoon beangstigende ervaring zijn. Lanius sprak over een ‘intolerable feeling’: een nauwelijks te verdragen gevoel.

Soms kunnen mensen hun lichaam pas weer enigszins voelen wanneer ze heel sterke lichamelijke prikkels ervaren. Lanius legde uit dat dit kan bijdragen aan zelfbeschadiging, maar ook aan het verlangen om stevig vastgehouden of fysiek begrensd te worden.

Wat van buitenaf misschien moeilijk te begrijpen is, kan van binnenuit een wanhopige poging zijn om het eigen lichaam weer te kunnen voelen. Om weer te ervaren waar je lichaam begint en eindigt. Dit is één mogelijke verklaring voor dergelijk gedrag, niet een verklaring voor alle vormen van zelfbeschadiging.

Een verstoorde samenwerking van lichaam en brein

Maar de gevolgen van dissociatie beperken zich niet tot wat iemand wel of niet kan voelen. Normaal gesproken verwerkt ons brein voortdurend informatie vanuit ons lichaam. Die informatie helpt ons om ons te oriënteren, te reageren en te handelen, zonder dat we over iedere beweging of reactie bewust hoeven na te denken.

Bij dissociatie kan deze samenwerking verstoord raken. Lanius beschreef hoe iemand daardoor sterker afhankelijk kan worden van bewust nadenken om te begrijpen wat er gebeurt en hoe daarop te reageren.

Wat voor anderen grotendeels vanzelf gaat, kan dan veel denkwerk vragen. Dat kost ontzettend veel energie. En misschien is dat wel een van de meest onderschatte aspecten van dissociatie: hoeveel inspanning er schuil kan gaan achter iemand die aan de buitenkant ogenschijnlijk gewoon functioneert.

Daarnaast liet Lanius onderzoek zien naar de samenwerking tussen verschillende hersengebieden. Ze verwees naar onderzoek van Shaw en collega’s (2023), waarin bij mensen met het dissociatieve subtype van PTSD een opvallend patroon van sterkere samenhang in hersenactiviteit werd gevonden ten opzichte van gezonde controles.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Bij dissociatie denken we immers al snel aan het verbreken van verbindingen. Maar het brein blijkt ingewikkelder te werken. Terwijl bepaalde vormen van verwerking verstoord kunnen raken, kunnen andere hersengebieden juist sterker met elkaar samenwerken.

De afbeelding hieronder laat dat zien.

dissociatieve subtype
Ruth Lanius toont tijdens Transform Trauma Oxford 2026 onderzoeksbevindingen over de samenwerking tussen hersengebieden bij PTSS en het dissociatieve subtype van PTSS. Beide groepen worden afzonderlijk vergeleken met een controlegroep. Bij het dissociatieve subtype zijn meer verbindingen met een verhoogde samenhang in hersenactiviteit zichtbaar. Bron: Shaw et al. (2023), Nature Mental Health. Foto: eigen archief.

Reading tip

Finding Solid Ground - Workbook

Overcoming Obstacles in Trauma Recovery
Finding-Solid-Ground-program-workbook

Wat we niet zien, kunnen we ook niet vanzelf begrijpen

Juist omdat dissociatie zich grotendeels aan de binnenkant kan afspelen, is het niet vanzelfsprekend dat de omgeving of zelfs de hulpverlening herkent wat er gebeurt. Lanius verwees naar recent onderzoek van Fung en collega’s (2026). In twee onderzochte groepen vertoonde 71,7 tot 84,2 procent van de deelnemers met vermoedelijke complexe PTSS ook dissociatieve symptomen.

Dissociatie is dus allesbehalve uitzonderlijk bij mensen met complexe traumaklachten. Toch wordt het niet altijd herkend. Lanius sprak over dissociatie die ‘hidden in plain sight’ blijft: verborgen in het volle zicht.

Iemand kan een gesprek voeren, antwoorden geven, functioneren en zelfs bijzonder goed onder woorden brengen wat er gebeurt, zonder dat daarmee duidelijk wordt hoe diegene zich van binnen werkelijk ervaart.

Daar komt bij dat dissociatieve ervaringen gepaard kunnen gaan met veel schaamte. Hoe vertel je dat je je eigen lichaam soms niet goed kunt voelen? Dat je je losgekoppeld voelt van jezelf? Dat je soms nauwelijks kunt uitleggen wat er van binnen gebeurt? En hoe weet je of de ander begrijpt wat je probeert te vertellen?

Dat vraagt van behandelaren niet alleen kennis van dissociatie, maar ook de bereidheid om er actief, zorgvuldig en zonder vooronderstellingen naar te vragen. Want wanneer dissociatie niet wordt herkend, kan dat ook gevolgen hebben voor de behandeling.

Te complex om te behandelen?

Rooney vertelde hoe mensen met ernstige dissociatieve klachten soms te horen krijgen dat ze ’too much’ of ’too complex’ zijn. Te veel, te ingewikkeld om te behandelen.

Terwijl ze vaak al een lange weg achter de rug hebben. Met verschillende diagnoses die onvoldoende aansluiten bij hun ervaringen, medicatie die niet altijd passend blijkt en behandelingen die mogelijk onvoldoende rekening houden met de dissociatie.

Wanneer een behandeling niet het verwachte effect heeft, ligt de verklaring niet noodzakelijk bij de cliënt. Wat mij aansprak, was dat er tijdens de sessies ruimte werd gemaakt voor andere vragen.

Is er misschien sprake van een mismatch tussen de cliënt en de behandeling? Begrijpen we voldoende wat er in de innerlijke wereld van deze persoon gebeurt? Hebben we als professionals nog onvoldoende geleerd over dissociatie? En zijn we in de behandelkamer eigenlijk wel alert genoeg op de signalen ervan?

Het zijn vragen die het perspectief verschuiven. Van de cliënt die onvoldoende profiteert van behandeling naar de gezamenlijke zoektocht naar wat er nog niet wordt gezien of begrepen.

Leren van mensen met dissociatieve ervaringen

Wat ik uit Oxford meeneem, is dan ook niet alleen nieuwe kennis over dissociatie. Het is vooral de manier waarop die kennis werd benaderd. Met respect voor wat ooit noodzakelijk was. Met erkenning van het lijden dat in het heden kan ontstaan. En met nieuwsgierigheid naar wat we als professionals nog niet begrijpen.

Rooney vertelde dat zij als traumatherapeut ontzettend veel heeft geleerd van mensen met complexe dissociatieve ervaringen. Niet alleen over dissociatie zelf, maar ook over de indrukwekkende manieren waarop mensen zich aan onvoorstelbare omstandigheden kunnen aanpassen.

Misschien is dat wel wat mij tijdens beide sessies het meest bijbleef: de bereidheid om niet alleen vanuit professionele kennis naar dissociatie te kijken, maar ook te leren van de mensen die ermee leven.

Dissociatie hoeft niet geromantiseerd te worden om de oorspronkelijke beschermende functie ervan te erkennen. En die erkenning betekent evenmin dat we de beperkingen en het lijden in het hier en nu moeten onderschatten.

Misschien begint beter begrijpen wel bij het besef dat gedrag, functioneren en zelfs het vermogen om ervaringen onder woorden te brengen ons nooit het volledige verhaal vertellen. Dat wat we aan de buitenkant zien, niet noodzakelijk laat zien hoeveel iemand van binnen moet dragen. En dat nieuwsgierigheid naar wat we nog niet weten geen teken is van onvoldoende expertise, maar een wezenlijk onderdeel ervan.

Janet schrijft voor de redactie van Traumanet vanuit haar professionele achtergrond als NVO-orthopedagoog én als ervaringsdeskundige. In september 2026 bezocht zij ook het congres Transform Trauma Oxford, waar zij zich onder andere verdiepte in de nieuwste inzichten over trauma en dissociatie. In haar werk en schrijven verbindt zij onder meer wetenschappelijke kennis, professionele praktijk en geleefde ervaring. Daarbij stelt zij graag nieuwsgierige vragen bij wat we denken te zien, weten en meten, met bijzondere aandacht voor wat gemakkelijk buiten beeld blijft.

Fung, H. W., et al. (2026). The relationship between complex PTSD and dissociation: longitudinal findings across Western and South Asian female samples. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 61, 1259–1269. https://doi.org/10.1007/s00127-026-03053-z

Reinders, A. A. T. S., et al. (2014). Opposite brain emotion-regulation patterns in identity states of dissociative identity disorder: A PET study and neurobiological model. Psychiatry Research: Neuroimaging, 223(3), 236–243. https://doi.org/10.1016/j.pscychresns.2014.05.005

Shaw, S. B., et al. (2023). Large-scale functional hyperconnectivity patterns in trauma-related dissociation: An rs-fMRI study of PTSD and its dissociative subtype. Nature Mental Health, 1, 711–721. https://doi.org/10.1038/s44220-023-00115-y

Zelfbevrijders

Recap Traumanet Congres 16 oktober 2026

Rust, relatie en veiligheid

What do you stand for?

With the Signpost you will find information that fits your situation. Your choices are visible only to you.




I am looking for information about



View result
tamar van raalten banner